Bekabeling datacenter glasvezel koper cat6a serverroom SER MER
Voorkom downtime in een operationele dataruimte
10-08-2018
OpticalConnect bestaat 25 jaar!
19-02-2019

8 tips om storingen in een glasvezelnetwerk te voorkomen

Regelmatig worden wij gebeld over een storing in het glasvezelnetwerk. We haasten ons dan naar de klant toe: storingen moeten natuurlijk niet al te lang duren! Vaak is een storing al snel weer opgelost, maar zien we dat er met enkele kleine handelingen al veel storingen kunnen worden voorkomen. Daarom helpen we je in dit artikel graag verder met 8 tips! 

1. Gebruik het juiste type glasvezelkabel en patchkabels

Wat zijn de verschillen tussen de types glasvezel singlemode of multimode? We zien in de praktijk vaak dat er verschillende soorten glasvezel door elkaar worden gebruikt. Dit is minder handig: door de combinatie van verschillende soorten ontstaan vaak storingen. 

Singlemode en multimode vezels kunnen niet met elkaar werken. De kern van de multimode vezel is namelijk veel groter dan die van de singlemode vezel. 

Singlemode heeft 2 type vezels: OS1 en OS2. Deze vezels hebben dezelfde golflengte, wat betekent dat ze in de praktijk met elkaar kunnen werken. OS2 is de verbeterde versie van OS1 en kan langere afstanden overbruggen. De kwaliteit van de OS2 vezel is hoger. Wij raden aan de OS1 en OS2 niet door elkaar te gebruiken. 

Multimode heeft 5 type vezels: OM1, OM2, OM3, OM4 en OM5.  De OM1 vezel heeft een kern van 62,5/125µm. De rest van de multimode vezels heeft een andere kern, namelijk 50/125µm. De 50/125µm vezels hebben dus dezelfde kern en kunnen met elkaar werken. Deze vezels zijn voor specifieke snelheden en afstanden ontworpen. 

Handig om te weten: als je verschillende glasvezels met elkaar verbindt, haal je nooit de maximale snelheid. Let dus goed op welke soort vezel je hebt of gebruikt! 

2. Maak gebruik van een redundante route 

Een extra verbinding via een apart gescheiden route is geen overbodige luxe. Als de hoofdverbinding door graafschade of andere calamiteiten wegvalt, wordt deze met een extra verbinding snel overgenomen.

Met nieuwe ontwikkelingen zoals Internet of Things (IoT) en Smart Industry is een redundante hoofdroute een must. Bedrijven zijn afhankelijk van data en kunnen het zich niet veroorloven dat deze verbindingen offline gaan. Laat dus altijd een redundante route aanleggen! 

3. Maak patchcords en connectoren regelmatig schoon

Stof en vervuiling zorgen voor krassen op de connectoren. Je kunt dit voorkomen door de connectoren af te doppen en de patchkabels schoon te maken. Meer dan 70% van de storingen wordt veroorzaakt door vervuilde en beschadigde glasvezel oppervlaktes. 

“Meer dan 70% van de storingen wordt veroorzaakt door vervuilde en beschadigde glasvezel oppervlaktes”

Een veel gemaakte fout is het niet schoonmaken van nieuwe patchcords als deze uit de verpakking komen. Ook als je snoeren opnieuw gebruikt, is het hanig om deze vooraf schoon te maken. De meeste storingen kunnen worden voorkomen door schoonmaakartikelen als fiber one click cleaners en cleaning tape cassettes te gebruiken.

4. Kabelmanagement: houd de kabels overzichtelijk

Een overzichtelijke patchkast begint bij een goed kabelmanagementsysteem. Hiermee worden de kabels netjes weggewerkt. Deze voorzieningen mogen niet ontbreken: het bespaart kostbare ruimte in de kast en houdt de boel overzichtelijk.  Gebruik bij voorkeur klittenband om de kabels te bundelen. Het gebruik van Ty-raps raden wij niet aan: deze beknellen de kabels en zijn moeilijk los te maken.

Heb je grote kabelbundels en is het gebruik van Ty-raps onvermijdelijk? Gebruik dan eerst klitteband, om er vervolgens een Ty-rap overheen te bevestigen. Het klittenband biedt dan voldoende bescherming. Gebruik altijd rangeerpanelen en verticale kabelbegeleiding. Lukt dat niet? Een andere optie is een verticale kabelgoot. Deze wordt aan de zijkant van de kast gemonteerd en biedt ruimte om de extra lengte van de patchcords weg te werken.

5. Zorg voor duidelijke en kloppende codering

Op veel sites ontbreekt of klopt de codering niet. Op de glasvezelpanelen moet een duidelijke codering staan over naar welke locatie de verbinding loopt. Patchkabels kunnen worden gecodeerd met het poortnummer van de actieve apparatuur. Dit maakt het geheel overzichtelijk en voorkomt chaos en daarmee samenhangende storingen.

Tip: Gebruik Resopal/EPREP labels, dit zijn blijvend hechtende labels met een professionele look

6. Laat regelmatig een meetrapportage opstellen

Een meetrapportage geeft een overzicht van dempingwaardes van de gemeten vezels. De meest voorkomende metingen zijn OTDR en de dempingsmetingen. De OTDR meet over het hele traject en de dempingsmeter enkel het totale dB verlies.  

Bij een OTDR-meetrapport zie je de gehele verbinding op je scherm, samen met de connector en fusielas overgangen. Hier kun je ook beschadigingen, beknellingen, vervuilingen en andere oorzaken van dempingen uit herleiden. Daarom adviseren wij een OTDR-meting per vezel om storingen te voorkomen.

7. Laat preventief onderhoud plegen

Een vervuilde verbinding wordt meestal pas opgemerkt als er helemaal geen verbinding meer is. Door een jaarlijkse onderhoudsbeurt verminder je de kans op storingen en verleng je de technische levensduur van het netwerk. De verbindingen worden bij een preventieve onderhoudsbeurt doorgemeten, waardoor fouten kunnen worden opgespoord en gerepareerd. Bij preventief onderhoud spelen verschillende factoren mee:

  • Hoe vaak worden er verbindingen losgemaakt?
  • In wat voor ruimte staat de installatie?
  • Hoe oud is de installatie?
  • Is er een goed kabelmanagement aanwezig?

8. Laat een FiberCheck doen 

OpticalConnect heeft de FiberCheck ontwikkeld, waardoor klanten een goed beeld krijgen van de kwaliteit van hun glasvezelnetwerk. In de FiberCheck staan de bestaande routes van het glasvezelnetwerk, samen met de technische gegevens:

  • Een grafisch plaatje met dempingsovergangen per glasvezel, connector of fusielas
  • Het aantal verbindingen
  • Het aantal locaties
  • Het type kabel
  • Het type connectoren
  • Het type box/paneel

Bij de FiberCheck worden beoordelingen gegeven aan de hand van de volgende categorieën:

  • Kwaliteit van het netwerk
    • Kans op storingen
    • Bottlenecks
    • Materialen
    • Redunantie
  • Toekomstgerichtheid
    • Uitbreidingsmogelijkheden
    • Snelheid en bandbreedte
  • Orde en netheid
    • Patchkast
    • Patchruimte

Als alle verbindingen zijn doorgemeten, wordt er een evaluatie gedaan. Op basis van deze evaluatie kunnen wij aanbevelingen doen om het glasvezelnetwerk te optimaliseren. De Fibercheck dient samen met de meetrapportage van OpticalConnect als certificaat voor het glasvezelnetwerk en wordt gebruikt als referentie voor de toekomst.

Comments are closed.